In Binnenlands Bestuur van 8 april staat een artikel over de besteding van de WMO gelden door de gemeenten. De redactie komt tot de conclusie dat veel gemeenten geld overhouden van hun WMO budget. Na de opgelegde bezuiniging en de extra kosten die gemeenten moesten maken om hun WMO vehikel op te tuigen (beleidsambtenaren, indicateurs, wijkteams, kantoor- en organisatiekosten), en ook na de berichten over de gevreesde tekorten op de budgetten, is de algemene tendens in de reactie een van verbazing en voldoening.

Overschot op zorg?

Het Rijk kortte de gemeenten al met 11% in 2015, daarbovenop bezuinigden de gemeenten nog eens met een percentage van 10 tot 30%. De gemiddelde korting op het beschikbare budget (t.o.v. 2014) was 22%. Gemeenten stelden van alles in het werk om de voorspelde krapte in beschikbaar geld te voorkomen. Daarvoor waren er twee middelen, die vrijwel overal tegelijkertijd werden toegepast: beperking van de vergoedingen aan zorgaanbieders en beperking van de aanspraken van zorgvragers. Dit leverde kennelijk de gesignaleerde overschotten op.

In de Tweede Kamer werden in april over deze waarneming vragen gesteld. Natuurlijk, het probleem van de zorgkosten is over de heg gekieperd van de gemeenten en nu kunnen de Kamerleden hen van harte kapittelen over de lokale kaalslag in de zorg. In reactie geeft de Staatsecretaris aan dat het te vroeg is om deze gegevens te duiden, enerzijds omdat er nogal wat gemeenten hun jaarcijfers nog moeten opmaken, anderzijds omdat de ontwikkeling van zorgkosten doorloopt en dat daarbij een oplopend effect wordt verwacht.

Gemeenteraden: aan de slag!

Hoewel ik vind dat Van Rijn een punt heeft, vind ik ook dat de waargenomen trend wel moet worden besproken. Wat mij betreft niet in de Tweede Kamer, maar in de gemeenteraden. Want los van de vraag of de cijfers uiteindelijk een minder ruim overschot te zien zullen geven, zijn er al wel meer dan genoeg signalen over te grote krapte in de zorg. Daarnaast duidt de onderbesteding op dit maatschappelijk belangrijke terrein op een ander falen: dat van de gemeenteraden als toezichthouders. Het is helaas zo dat de volgende verkiezingen van gemeenteraden pas in 2018 worden gehouden. Dat kun je eigenlijk ook wel opmaken uit de stilte waarmee de waarneming van Binnenlands Bestuur wordt omgeven.

En dan is er ook nog de voldoening waarmee een aantal instanties (VNG, bijvoorbeeld) op het bericht reageert en alibi’s die worden verzonnen als verklaring. De voldoening strekt zich uit naar een mogelijk nieuwe besparingsronde op de WMO begroting.

Hoe kaal wil je het slaan, is mijn reactie.

Leave a Reply